Bedrijfslogo van Berger Maritiem met een groen blad dat duurzame maritieme innovatie en oplossingen symboliseert.
Logo van Berger Maritiem met een groen blad dat symbool staat voor duurzame innovatie en oplossingen in de maritieme sector.
Technische illustratie van een Pre-Swirl Stator (PSS) voor een scheepsschroef, met hydrodynamische stromingslijnen die de toestroming tonen.

Wanneer biedt een haalbaarheidsanalyse voldoende basis voor een investering in een Energy Saving Device (ESD)?

Een haalbaarheidsanalyse biedt voldoende basis voor een investering in een Energy Saving Device (ESD) wanneer de verwachte besparing, technische uitvoerbaarheid en financiële opbrengst voldoende zijn onderbouwd om de belangrijkste investeringsrisico's te beoordelen. Voor een Pre-Swirl Stator (PSS), Pre-Duct, Propeller Boss Cap Fin (PBCF) of Rudder Bulb moet duidelijk zijn welke voortstuwingsconfiguratie wordt onderzocht, hoeveel minder schachtvermogen deze naar verwachting nodig heeft en of de voorziening binnen de bestaande scheepsconstructie kan worden geïnstalleerd. De analyse moet bovendien aansluiten op het toekomstige vaarprofiel en de economische uitgangspunten van de scheepseigenaar. Een positieve stromingsberekening of indicatieve brandstofbesparing is daarvoor niet vanzelf voldoende. Ook de betrouwbaarheid van de prestatievoorspelling, de benodigde aanpassingen en de gevolgen van resterende onzekerheden zijn bepalend. Niet alle detailengineering hoeft al te zijn afgerond. Wel moet duidelijk zijn welke voorwaarden nog moeten worden vervuld en of een tegenvallende uitkomst de investering wezenlijk kan veranderen. Een goede haalbaarheidsanalyse maakt daarmee onderscheid tussen een kansrijk ontwerp, een verantwoord investeringsbesluit en de technische vrijgave die voor productie of installatie nog nodig kan zijn.

Wanneer is een eerste ESD-screening nog geen voldoende investeringsbasis?

Een eerste ESD-screening helpt bepalen of een schip voldoende mogelijkheden biedt voor hydrodynamische verbetering om verder onderzoek te rechtvaardigen. Daarvoor worden de bestaande voortstuwingsconfiguratie, het operationele profiel en mogelijke verliezen rond de schroef beoordeeld. Op basis daarvan kan bijvoorbeeld blijken dat een Pre-Swirl Stator of Pre-Duct interessant is om nader te onderzoeken.

Zo'n uitkomst betekent nog niet dat het voorgestelde ontwerp economisch haalbaar is. Een voorziening kan de schroefaanstroming gunstiger maken en tegelijkertijd zelf hydrodynamische krachten veroorzaken die een deel van het voordeel verminderen. Ook kunnen de beschikbare inbouwruimte en constructieve mogelijkheden de uitvoerbare geometrie beperken.

Een screening werkt bovendien vaak met gegevens die nog niet volledig zijn gecontroleerd. De oorspronkelijke scheepstekeningen kunnen afwijken van de actuele uitvoering en het beschikbare vaarprofiel hoeft niet overeen te komen met de toekomstige inzet. Deze onzekerheden zijn niet altijd een probleem voor het selecteren van kansrijke oplossingen, maar kunnen wel belangrijk worden zodra een concrete investering wordt overwogen.

De volgende onderzoeksfase moet daarom betrekking hebben op een voldoende afgebakende technische configuratie. Het maakt verschil of een Pre-Swirl Stator wordt toegevoegd aan de bestaande schroef of samen met een nieuwe schroef wordt ontwikkeld. Beide situaties kunnen een andere hydrodynamische verbetering en projectomvang opleveren.

Ook moet worden onderzocht welke alternatieven werkelijk met elkaar concurreren. Een nieuwe schroef zonder ESD kan bijvoorbeeld al een aanzienlijke verbetering opleveren. Wanneer de ESD uitsluitend als aanvulling op die nieuwe schroef wordt overwogen, moet de extra investering worden vergeleken met de aanvullende besparing van de ESD, niet met de totale verbetering van het gecombineerde pakket. Ook onderhoud of heroptimalisatie zonder ESD kan een relevant alternatief zijn.

De voorgenomen uitvoering moet voldoende bekend zijn. Wanneer een ESD tijdens een geplande dokbeurt wordt geïnstalleerd, zijn de beschikbare engineeringtijd, noodzakelijke constructieve werkzaamheden en verwachte levertijden belangrijk. Een technisch kansrijke voorziening die niet tijdig kan worden ontwikkeld of goedgekeurd, is mogelijk geen uitvoerbare oplossing voor het beoogde projectmoment.

Het onderscheid tussen screening en investeringsgerichte haalbaarheid ligt daarmee bij de beslissing die de resultaten kunnen ondersteunen. Een screening kan voldoende zijn om verder onderzoek te starten. Voor een investeringsbesluit moet duidelijker vaststaan welke uitvoering wordt voorgesteld, waarop de verwachte besparing berust en of de noodzakelijke werkzaamheden binnen een realistische projectscope passen.

Welke scheepsgegevens en referentie moet de haalbaarheidsanalyse vastleggen?

Een betrouwbare haalbaarheidsanalyse begint met een voldoende nauwkeurige beschrijving van het schip waarop de ESD wordt toegepast. De achterstevenvorm, schroefgeometrie, naafconstructie en roeropstelling beïnvloeden de stroming waarin de voorziening moet functioneren. Ook de beschikbare ruimte voor bevestigingen en de positie van bestaande appendages kunnen bepalend zijn.

Bij een retrofit zijn oorspronkelijke tekeningen niet altijd voldoende. Eerdere schroefvervangingen, aanpassingen aan het roer of afwijkingen in de gebouwde geometrie kunnen de actuele configuratie hebben veranderd. Wanneer zulke verschillen belangrijk zijn voor de ESD-afstemming, moeten die verschillen met geschikte inspecties of geometrische metingen worden vastgesteld.

Daarbij hoeft niet ieder scheepsonderdeel even nauwkeurig te worden ingemeten. De vereiste detaillering hangt af van het ontwerp. Voor een PBCF kunnen de naafkap, bladwortelgeometrie en bevestiging belangrijk zijn. Bij een Pre-Duct kunnen juist de achterstevenvorm, positie voor de schroef en beschikbare spelingen doorslaggevend zijn.

Naast de geometrie moet het verwachte vaarprofiel voldoende bekend zijn. De belangrijkste snelheden, diepgangen, trimcondities en schroefbelastingen bepalen hoeveel van de voorspelde verbetering tijdens de exploitatie kan worden benut. Historische operationele gegevens bieden daarvoor een uitgangspunt, maar moeten worden beoordeeld tegen eventuele veranderingen in routes, ladingen of gebruikelijke vaarsnelheid.

Ook de toestand waarmee de nieuwe ESD wordt vergeleken, moet duidelijk zijn. Bij een afzonderlijke retrofit kan de bestaande voortstuwing een geschikte referentie vormen wanneer de overige technische toestand voldoende gelijkwaardig blijft. Wanneer tijdens dezelfde dokbeurt de schroef wordt vervangen of de romp uitgebreid wordt onderhouden, ontstaat een andere vergelijking.

Een gemeten vermogensvermindering tussen de toestand voor en na de dokbeurt kan dan mede door onderhoud of schroefoptimalisatie zijn veroorzaakt. Voor de afzonderlijke ESD-bijdrage moet bekend zijn hoe de beoogde eindconfiguratie zonder de voorziening zou presteren. Wanneer die toestand niet rechtstreeks kan worden gemeten, kan een onderbouwde berekende referentie nodig zijn.

Voor de haalbaarheidsanalyse moeten bovendien de prestaties worden beoordeeld onder voldoende vergelijkbare scheeps- en omgevingscondities. Het gaat om de netto vermogensvraag van de volledige voortstuwing bij dezelfde relevante scheepsprestatie, niet uitsluitend om een gunstiger stroming of schroefrendement.

De analyse moet daarom zowel de bestaande scheepsconfiguratie als de voorgestelde toestand na installatie voldoende nauwkeurig beschrijven. Daarbij hoort een duidelijke afbakening van de prestatie die wordt onderzocht: de afzonderlijke ESD-bijdrage of de verbetering van een groter voortstuwingspakket.

Ontbrekende gegevens zijn vooral problematisch wanneer die gegevens een wezenlijke ontwerpbeslissing kunnen veranderen. Een onzekere bevestigingsafstand die met een gerichte inspectie kan worden vastgesteld, hoeft het onderzoek niet stil te leggen. Wanneer echter nog onduidelijk is welke schroef wordt geïnstalleerd, kan het te vroeg zijn om de definitieve ESD-geometrie en verwachte besparing vast te leggen.

Wanneer is de voorspelde hydrodynamische verbetering voldoende onderbouwd?

De hydrodynamische beoordeling moet aantonen dat de voorgestelde ESD onder de relevante bedrijfscondities naar verwachting een netto verbetering van de voortstuwingsprestatie oplevert. Daarvoor wordt niet alleen de plaatselijke stroming rond de voorziening onderzocht, maar ook het benodigde schachtvermogen van de volledige configuratie.

Computational Fluid Dynamics (CFD) kan de werking van een ontwerp met en zonder ESD vergelijken. De betrouwbaarheid van het resultaat hangt af van de geometrie, schroefmodellering, numerieke nauwkeurigheid en geschiktheid van de methode voor de onderzochte stromingsverschijnselen.

Een numeriek goed geconvergeerde berekening is daarbij nog geen bewijs dat de voorspelde verbetering op ware grootte precies wordt gerealiseerd. De gebruikte CFD-methode moet voldoende onderbouwd zijn voor de betreffende toepassing. Eerdere modelproeven, experimentele gegevens of vergelijkingen met voldoende overeenkomstige configuraties kunnen helpen om de voorspellingskwaliteit te beoordelen.

Niet iedere ESD vraagt automatisch om nieuwe modelproeven. Wanneer de gebruikte methode binnen een voldoende vergelijkbaar toepassingsgebied is gevalideerd en de resterende onzekerheid voor de investeringsbeslissing aanvaardbaar is, kan een scheepsspecifieke berekening voldoende onderbouwing bieden. Bij een afwijkende geometrie of moeilijk voorspelbare stroming kan aanvullend onderzoek nodig zijn.

Voor de haalbaarheidsanalyse is vooral belangrijk hoe betrouwbaar het verschil tussen de configuraties met en zonder ESD is. Een model kan de totale vermogensvraag redelijk voorspellen terwijl een kleine aanvullende ESD-besparing onvoldoende nauwkeurig wordt onderscheiden. Die onzekerheid moet herkenbaar blijven in de uiteindelijke prestatieverwachting.

Ook de spreiding tussen verschillende berekeningsmethoden verdient aandacht. Oorspronkelijk vergelijkend onderzoek naar eenzelfde voorrotatievoorziening liet uiteenlopende voorspellingen zien, waaronder zowel een vermindering als een verhoging van de benodigde vermogensvraag. Daaruit volgt niet dat iedere CFD-berekening onbetrouwbaar is. Wel maakt het duidelijk dat de keuze van schroefmodellering en de beschrijving van het wakeveld het voorspelde ESD-effect kunnen beïnvloeden.

Zo'n spreiding vormt bovendien niet automatisch een statistisch betrouwbaarheidsinterval. Wanneer de investeringsbeslissing afhankelijk is van een klein voorspeld voordeel, moet duidelijk zijn welke onzekerheden daadwerkelijk zijn onderzocht en welke mogelijke modelafwijkingen nog buiten de beoordeling vallen.

De voorspelling moet daarnaast aansluiten op het toekomstige gebruik. Een gunstige besparing bij de oorspronkelijke ontwerpsnelheid heeft weinig economische betekenis wanneer het schip daar nauwelijks meer vaart. De relevante vermogensverschillen moeten daarom worden verbonden met de bedrijfsuren van de belangrijkste snelheids- en beladingstoestanden. Ook bedrijfspunten met weinig of geen ESD-voordeel moeten meetellen.

Voor een financiële beoordeling moet de voorspelde vermogensbesparing vervolgens worden vertaald naar brandstofverbruik. Daarbij zijn onder meer het specifieke brandstofverbruik van de betrokken motoren, eventuele aandrijflijnverliezen en de energieverdeling aan boord relevant. Een procentuele schachtvermogensbesparing is niet automatisch een even grote brandstofbesparing.

De uitkomst hoeft geen exact gegarandeerd besparingspercentage te zijn. Wel moet voldoende aannemelijk zijn dat de voorspelde verbetering technisch realiseerbaar is en dat mogelijke afwijkingen de economische beoordeling niet ongemerkt ondermijnen.

Wanneer de verwachte besparing klein is ten opzichte van de onzekerheid of de financiële haalbaarheid sterk afhangt van een gunstig CFD-resultaat, kan aanvullende validatie beslissend worden. Blijft de investering onder geloofwaardige minder gunstige prestatieaannames voldoende aantrekkelijk, dan kan de bestaande technische onderbouwing eerder volstaan. De vereiste onderzoeksdiepgang wordt daarmee niet bepaald door een vast aantal berekeningen of modelproeven, maar door de bewijskracht die nodig is voor het concrete investeringsbesluit.

Welke constructieve en operationele beperkingen moeten vooraf zijn onderzocht?

Een hydrodynamisch gunstig ontwerp vormt nog geen uitvoerbaar retrofitproject. De haalbaarheidsanalyse moet daarom ook onderzoeken of de voorziening veilig kan worden bevestigd en binnen de beschikbare scheepsgeometrie kan functioneren.

Bij een Pre-Swirl Stator zijn vooral de bevestiging van de vinnen en de belastingsafdracht naar de achtersteven belangrijk. Een Pre-Duct vraagt voldoende ruimte en een geschikte ondersteuningsconstructie. Voor een PBCF moeten de mechanische aansluiting op de schroefnaaf en de geschiktheid van de draaiende constructie worden beoordeeld. Bij een Rudder Bulb zijn de aansluiting op het roer en de beschikbare ruimte tussen schroefnaaf en roer relevant.

Voor de haalbaarheidsfase hoeft niet ieder constructiedetail definitief te zijn uitgewerkt. Wel moeten de belangrijkste technische beperkingen voldoende bekend zijn om te beoordelen of een veilige en praktisch uitvoerbare oplossing mogelijk is.

Dat geldt bijvoorbeeld voor de beschikbare spelingen. Wanneer een Pre-Duct dicht bij de schroef wordt geplaatst, moet al voor het investeringsbesluit aannemelijk zijn dat voldoende ruimte behouden blijft voor de relevante bewegingen, vervormingen en montagetoleranties. Een wezenlijk probleem met de beschikbare ruimte kan immers tot een andere ESD-geometrie of zelfs een andere voorziening leiden.

Ook de constructieve belastingen verdienen aandacht. Wanneer een statorbevestiging grote of wisselende hydrodynamische krachten moet opnemen, kan een sterkte- of vermoeiingsbeoordeling nodig zijn. Een gedetailleerde eindige-elementenanalyse (FEM) hoeft niet altijd tijdens de haalbaarheidsfase gereed te zijn, maar de verwachte belastingsafdracht en benodigde constructieve aanpassingen moeten voldoende zijn afgebakend.

Hetzelfde geldt voor cavitatie, trillingen en manoeuvreerbaarheid. Wanneer de voorgestelde ESD een relevant technisch risico introduceert, moet duidelijk zijn hoe dat risico wordt onderzocht en of een aanvaardbare oplossing aannemelijk is. Een positieve brandstofbesparing mag niet worden gebruikt om onzekerheid over de veilige werking te rechtvaardigen.

Ook de uitvoeringsplanning moet realistisch zijn. De beschikbare doktijd, mogelijke staalwerkzaamheden, productievoorbereiding en vereiste inspecties bepalen mede of het project binnen het beoogde onderhoudsmoment kan plaatsvinden. Vooral werkzaamheden die de schroef, aslijn of roerconstructie raken, kunnen gevolgen hebben voor andere engineering- en goedkeuringsactiviteiten.

Daarbij moeten de toepasselijke klasse- en vlaggenstaatvereisten tijdig worden geïdentificeerd. Welke goedkeuringen en beproevingen nodig zijn, hangt af van de voorziening en de omvang van de wijziging. Niet iedere ESD-installatie vereist dezelfde berekeningen of formele procedure.

Een investeringsbesluit kan worden genomen onder de voorwaarde dat bepaalde detailberekeningen of goedkeuringen nog volgen. Dan moet wel duidelijk zijn welke uitkomsten worden verlangd, wie daarvoor verantwoordelijk is en wat er gebeurt wanneer de voorwaarden niet worden gehaald.

Wanneer daarentegen nog onzeker is of de voorgestelde voorziening veilig kan worden geïnstalleerd, is eerst aanvullend onderzoek nodig. De haalbaarheidsanalyse biedt pas een voldoende basis wanneer de belangrijkste constructieve en praktische risico's zijn afgebakend en een uitvoerbare oplossing aannemelijk is.

Hoe wordt de technische besparing financieel en contractueel beoordeeld?

Een technisch uitvoerbare ESD wordt pas een investeringsmogelijkheid wanneer de verwachte besparing voldoende economische waarde oplevert. Daarvoor moet de voorspelde verlaging van het schachtvermogen worden vertaald naar een jaarlijkse brandstofbesparing die past bij de voortstuwingsinstallatie en het vaarprofiel.

Deze omzetting vraagt aandacht voor het specifieke brandstofverbruik van de motor en eventuele gekoppelde energieverbruikers. Een daling van het schachtvermogen met een bepaald percentage betekent niet automatisch een even grote procentuele vermindering van de brandstofvraag.

De financiële beoordeling moet vervolgens aansluiten op de gekozen technische configuratie. Wanneer een Pre-Swirl Stator samen met een nieuwe schroef wordt ontwikkeld, mag de volledige besparing van het gezamenlijke ontwerp niet zonder verdere onderbouwing als afzonderlijke opbrengst van de stator worden beschouwd.

Hetzelfde geldt voor de kosten. Alleen de uitgaven die bij de onderzochte investering horen, vormen een passende vergelijkingsbasis. Bij installatie tijdens een al geplande dokbeurt zijn vooral de aanvullende werkzaamheden en eventuele extra stilstand relevant. Wanneer een compleet retrofitpakket wordt beoordeeld, moeten de kosten en besparingen betrekking hebben op datzelfde pakket.

Voor een investeringsgerichte haalbaarheidsanalyse moeten de belangrijkste kostenposten voldoende concreet zijn vastgesteld. Daarbij kan het gaan om informatie van leveranciers, de werf en betrokken engineeringpartijen. De analyse moet onderscheid maken tussen bevestigde aanbiedingen, begrotingen en posten waarvoor nog slechts een voorlopige inschatting beschikbaar is. Ook relevante uitsluitingen en werkzaamheden die nog niet in de beschikbare prijzen zijn opgenomen, moeten zichtbaar zijn.

Een besparingsvoorspelling met nog volledig onbekende omvangrijke constructieve werkzaamheden vormt geen betrouwbare financiële basis. Omgekeerd hoeft een bedrag niet al contractueel vast te liggen wanneer de resterende kostenonzekerheid voldoende is afgebakend en de investering ook bij een geloofwaardige hogere uitkomst aantrekkelijk blijft. Ook verwachte onderhoudskosten, mogelijke extra doktijd en de resterende exploitatieperiode moeten passend worden meegenomen.

Bij chartervaart is daarnaast belangrijk wie de besparing ontvangt. Een eigenaar kan de ESD financieren terwijl een charterer tijdens de charterperiode de brandstofkosten draagt. De financiële opbrengst van de investering is dan afhankelijk van de gemaakte of nog te maken afspraken. Daarom moet de analyse onderscheid maken tussen de economische waarde voor het schip en de netto kasstromen voor de investeerder. Een technisch aantrekkelijke maatregel is niet automatisch financieel aantrekkelijk voor degene die de retrofit betaalt. Ook eventuele waarde uit vermeden emissiekosten mag alleen worden meegerekend wanneer duidelijk is voor wie deze waarde daadwerkelijk ontstaat.

Voor een eerste beoordeling kan de eenvoudige terugverdientijd worden gebruikt, mits de jaarlijkse netto besparing positief is. Wanneer toekomstige kasstromen sterk verschillen of de resterende exploitatieperiode belangrijk is, kan een berekening van de netto contante waarde meer inzicht geven. De keuze hangt af van de investeringscriteria van de betreffende partij.

Een haalbaarheidsanalyse is financieel voldoende onderbouwd wanneer de relevante kosten en opbrengsten op dezelfde basis zijn vergeleken en duidelijk is of de investering binnen de gekozen financiële doelstellingen past. Hiervoor zijn projectspecifieke gegevens nodig; algemene ESD-prijsindicaties voegen aan die beoordeling geen betrouwbare beslisinformatie toe.

Welke onzekerheden mogen bij een investeringsbesluit nog openstaan?

Bij een ESD-retrofit kunnen bepaalde onzekerheden pas na installatie volledig worden opgelost. De werkelijke besparing op ware grootte is bijvoorbeeld niet altijd vooraf rechtstreeks meetbaar. Ook kunnen de toekomstige brandstofprijs en het vaarprofiel veranderen. Dat betekent niet dat een investering pas verantwoord is wanneer iedere onzekerheid is verdwenen. Belangrijker is of de resterende onzekerheden de technische haalbaarheid of economische uitkomst wezenlijk kunnen veranderen.

Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen verschillende soorten openstaande punten. Een onzekerheid over de exacte jaarlijkse brandstofbesparing kan financieel aanvaardbaar zijn wanneer een technisch onderbouwd minder gunstig scenario nog voldoende opbrengst oplevert. Een ontbrekende definitieve productietekening hoeft evenmin een probleem te vormen wanneer de constructieve uitvoerbaarheid al voldoende aannemelijk is en de resterende engineering duidelijk is afgebakend.

Anders ligt het bij een onbekende technische beperking die mogelijk tot een andere ESD-keuze leidt. Wanneer bijvoorbeeld nog niet vaststaat of een duct binnen de beschikbare schroefruimte kan worden geïnstalleerd, kan de hele ontwerpconfiguratie veranderen. Zo'n onzekerheid verdient onderzoek voordat onomkeerbare projectverplichtingen worden aangegaan.

Ook onzekerheid over de constructieve veiligheid kan niet uitsluitend als financieel risico worden geaccepteerd. Wanneer de belastbaarheid van een kritische bevestiging onvoldoende bekend is, moet worden vastgesteld welke aanvullende beoordeling noodzakelijk is en op welk moment een veilige uitvoering kan worden aangetoond.

Een voorwaardelijk investeringsbesluit kan passend zijn wanneer de resterende punten afgebakend zijn en het project nog kan worden aangepast of gestopt voordat onomkeerbare verplichtingen ontstaan. Daarvoor moet duidelijk zijn welke technische en commerciële voorwaarden eerst vervuld moeten worden. Een voorwaardelijke goedkeuring mag niet worden uitgelegd als toestemming om productie of installatie zonder de vereiste controles te starten.

De financiële onzekerheid vraagt een vergelijkbare afbakening. Wanneer de haalbaarheid alleen overeind blijft bij de hoogste voorspelde ESD-besparing en de laagste mogelijke installatiekosten, is de investeringsbasis kwetsbaar. Een geloofwaardig minder gunstig scenario helpt zichtbaar maken hoeveel ruimte bestaat voor tegenvallende prestaties of kosten.

Zo'n scenario is niet automatisch een statistische ondergrens. Zonder betrouwbare gegevens over de kans op verschillende uitkomsten kan niet worden berekend hoe waarschijnlijk een bepaalde terugverdientijd is. De haalbaarheidsanalyse moet die beperking herkenbaar houden.

Voor het investeringsbesluit is daarom een onderscheid nodig tussen risico's die al voldoende zijn onderzocht, punten die tijdens de detailengineering kunnen worden afgerond en voorwaarden die eerst moeten worden vervuld voordat verdere verplichtingen verantwoord zijn. Bij een voorwaardelijk besluit moeten deze punten concreet worden vastgelegd. Het moet duidelijk zijn welk onderzoek nog nodig is, welke uitkomst aanvaardbaar is en wie beslist of de volgende projectfase mag beginnen.

Aanvullend onderzoek is vooral zinvol wanneer de uitkomst werkelijk invloed kan hebben op de beslissing. Een verdere CFD-verfijning kan bijvoorbeeld weinig extra waarde leveren wanneer de dominante onzekerheid in het toekomstige vaarprofiel ligt. Omgekeerd kan een gerichte geometrische meting doorslaggevend zijn wanneer de uitvoerbaarheid van de voorziening nog niet vaststaat.

De haalbaarheidsanalyse is op dit punt voldoende wanneer de belangrijkste resterende onzekerheden herkenbaar zijn, de mogelijke gevolgen daarvan zijn beoordeeld en duidelijk is welke voorwaarden voor de volgende projectstap moeten worden opgelost. Een voorwaardelijk besluit is dan mogelijk, maar mag niet worden verward met een definitieve technische goedkeuring.

Welke afspraken en documentatie zijn nodig voor een uitvoerbare retrofit?

Een positieve haalbaarheidsanalyse moet kunnen worden vertaald naar een concreet engineering- en installatieproject. Daarvoor is meer nodig dan een verwachte brandstofbesparing en een geschikte ESD-geometrie. Ook moet duidelijk zijn welke partij verantwoordelijk is voor de gegevens, werkzaamheden en controles die nog volgen.

Bij een retrofit kunnen de ESD-leverancier, schroeffabrikant, werf en gespecialiseerde engineeringpartijen nauw met elkaar samenwerken. De scheepseigenaar of technisch manager moet kunnen vaststellen wie de hydrodynamische afstemming verzorgt, wie de constructieve integratie uitwerkt en wie de noodzakelijke goedkeuringen en inspecties voorbereidt.

Die taakverdeling is vooral belangrijk wanneer een ESD onderdeel wordt van een groter voortstuwingspakket. Een nieuwe schroef kan bijvoorbeeld uitstekend functioneren binnen een afzonderlijke ontwerpstudie, maar moet ook passen bij de aanwezige of nieuw ontworpen Pre-Swirl Stator. Zonder duidelijke verantwoordelijkheid voor deze onderlinge afstemming kan een technisch kansrijke retrofit alsnog verkeerd worden uitgewerkt.

De haalbaarheidsanalyse moet daarom een voldoende concrete beschrijving bevatten van de gekozen configuratie en de uitgangspunten die tijdens de verdere engineering behouden moeten blijven. Daaronder vallen relevante scheepsgegevens, de beoogde ESD-geometrie, het operationele werkgebied en eventuele constructieve beperkingen.

Ook de noodzakelijke goedkeuringen moeten zijn geïdentificeerd. Dat betekent niet dat alle certificaten al beschikbaar moeten zijn, maar wel dat bekend is welke beoordelingen volgens de toepasselijke regels nodig worden en of de projectplanning daarmee rekening houdt.

Daarnaast verdient de prestatiebeoordeling aandacht. Wanneer na installatie een besparing moet worden aangetoond, moet vooraf duidelijk zijn welke grootheid wordt vergeleken, hoe de referentie zonder ESD wordt vastgesteld en onder welke omstandigheden de metingen plaatsvinden.

Dat is vooral belangrijk wanneer tijdens dezelfde dokbeurt ook rompreiniging of schroefonderhoud wordt uitgevoerd. Zonder passende referentie kan het gemeten verschil meerdere oorzaken hebben. Een afspraak over de afzonderlijke ESD-bijdrage moet daarom aansluiten op een meet- of berekeningsmethode die deze bijdrage voldoende kan onderscheiden.

Eventuele prestatiegaranties moeten afzonderlijk worden vastgelegd. Een technische prognose vormt niet automatisch een contractuele garantie. Ook moeten de gevolgen van een afwijkend resultaat passen bij de gemaakte afspraken tussen de betrokken partijen.

Bij timecharter kan daarnaast een overeenkomst nodig zijn over de verdeling van kosten, stilstand en brandstofvoordelen. Voor ESD-retrofits bestaat hiervoor een specifiek contractueel modeladdendum uit 2026, waarin partijen afspraken kunnen maken over de projectuitvoering en een afzonderlijk prestatieprotocol. Dit model vervangt niet de technische garantie- of leveringsafspraken met de ESD-leverancier.

Een haalbaarheidsrapport hoeft deze overeenkomsten niet volledig uit te werken. Wel moet zichtbaar zijn welke afspraken nog noodzakelijk zijn en of het ontbreken daarvan de investering kan blokkeren. Ook de verantwoordelijkheden voor ontbrekende gegevens, eventuele aanvullende engineering en het vrijgeven van de volgende projectfase moeten duidelijk zijn. Zo ontstaat een overdraagbare basis voor de volgende projectfase, zonder dat wezenlijke technische of commerciële verantwoordelijkheden onduidelijk blijven.

Wanneer is de haalbaarheidsanalyse voldoende voor een go/no-go-besluit?

Een haalbaarheidsanalyse biedt voldoende basis voor een go/no-go-besluit wanneer de belangrijkste technische en financiële vragen zijn beantwoord en duidelijk is welke resterende voorwaarden de verdere uitvoering nog kunnen beïnvloeden.

De analyse moet allereerst een concrete ESD-configuratie beschrijven. De relevante scheepsgegevens, het toekomstige vaarprofiel en de referentie zonder ESD moeten voldoende bekend zijn om de voorspelde netto vermogensverbetering te kunnen beoordelen. Ook moet duidelijk zijn hoe die verbetering wordt vertaald naar een jaarlijkse brandstofbesparing.

Vervolgens moet de technische uitvoerbaarheid aannemelijk zijn. De beschikbare ruimte, constructieve belastingen, bevestigingsmogelijkheden en belangrijkste operationele risico's mogen geen onbekende beperkingen bevatten die de gekozen oplossing wezenlijk kunnen veranderen. Waar definitieve berekeningen en goedkeuringen nog volgen, moeten de voorwaarden daarvoor herkenbaar zijn.

De financiële beoordeling moet aansluiten op dezelfde technische configuratie. De additionele investering, verwachte netto opbrengst en resterende exploitatieperiode moeten voldoende concreet zijn om te bepalen of de retrofit aan de gekozen investeringscriteria voldoet. Bij chartervaart hoort daar ook de verdeling van de financiële voordelen bij.

Daarbij moet vaststaan welke vergelijking de beslissing ondersteunt. Gaat het om een afzonderlijke ESD op een bestaande schroef, om de aanvullende waarde van een ESD bij een nieuwe schroef of om een gezamenlijk geoptimaliseerd retrofitpakket? De kosten en besparingen moeten betrekking hebben op hetzelfde alternatief. Alleen dan kan de investeerder beoordelen of de gekozen uitvoering voldoende waarde toevoegt.

De onderbouwing moet ook laten zien hoe gevoelig de uitkomst is voor relevante onzekerheden. Wanneer een kleine tegenvaller in ESD-prestatie of installatiekosten de investering al onaantrekkelijk maakt, is dat een wezenlijk gegeven voor het go/no-go-besluit. Een gunstig basisscenario alleen is dan onvoldoende.

Wanneer deze onderdelen voldoende zijn onderbouwd en geen materiële onzekerheden overblijven die de beslissing zonder verdere beheersmaatregelen kunnen omkeren, kan een positief investeringsbesluit worden genomen. Dat betekent niet automatisch dat de voorziening direct mag worden geproduceerd of geïnstalleerd. Eventuele vereiste detailberekeningen, ontwerpgoedkeuringen en uitvoeringscontroles blijven onderdeel van de technische vrijgave.

Een voorwaardelijk positief besluit is passend wanneer de belangrijkste haalbaarheid is aangetoond, maar bepaalde duidelijk omschreven punten nog moeten worden afgerond. Denk aan een definitieve controle van een bevestigingsconstructie, bevestiging van een kritische inbouwmaat of de afronding van een noodzakelijke goedkeuringsprocedure. Het moet daarbij duidelijk zijn welke uitkomst nodig is en welke financiële of technische verplichtingen pas na die bevestiging mogen worden aangegaan.

Wanneer een openstaand punt nog kan bepalen of de ESD technisch uitvoerbaar is of de investering economisch voldoende voordeel oplevert, is een onvoorwaardelijk investeringsbesluit te vroeg. De analyse kan dan wel voldoende zijn om gericht vervolgonderzoek vrij te geven. Dat is een andere beslissing dan het definitief bestellen van de voorziening.

Ook een negatief besluit kan een waardevolle uitkomst zijn. Wanneer een geschikte installatie niet haalbaar blijkt, de verwachte netto besparing onvoldoende is of een andere verbetering duidelijk beter aansluit op het schip, kan afzien van de ESD-retrofit de meest verantwoorde keuze zijn.

De kwaliteit van een haalbaarheidsanalyse blijkt daarmee niet uit de hoeveelheid uitgevoerde berekeningen of de omvang van het rapport. Doorslaggevend is of de onderbouwing de belangrijke ontwerpkeuzes, voordelen, beperkingen en risico's voldoende zichtbaar maakt om een besluit te rechtvaardigen.

Een haalbaarheidsanalyse biedt voldoende investeringsbasis wanneer een scheepseigenaar op grond van de beschikbare gegevens kan vaststellen dat de voorgestelde ESD technisch uitvoerbaar is, onder representatieve omstandigheden voldoende netto voordeel kan opleveren en binnen een realistische projectaanpak kan worden gerealiseerd. Daarbij mogen bepaalde details nog openstaan, zolang de betekenis van die details bekend is en de noodzakelijke controles voor de volgende onomkeerbare projectstap worden afgerond. Zo vormt de analyse een bruikbare overgang van een kansrijke hydrodynamische oplossing naar een verantwoord investerings- en uitvoeringstraject.

Dit artikel binnen de reeks

Hoeveel aanvullende onderbouwing nodig is, hangt mede af van de invloed van een onzekere ESD-besparing op het investeringsbesluit. Ook wanneer een ESD technisch en financieel haalbaar blijkt, blijft de vraag hoe de investering zich verhoudt tot schroef- of roeroptimalisatie. Beide afwegingen maken deel uit van de economische beoordeling van ESD-investeringen.