In samenwerking met onze partner helpen wij u graag bij het ontwerp en de levering van de juiste scheepsschroef voor nieuwbouw en retrofit, afgestemd op uw scheepstype en vaarprofiel.
De scheepsschroef vormt het hart van de voortstuwing en zet de rotatie van de aandrijfas om in stuwkracht, en beïnvloedt daarmee direct de efficiëntie, het brandstofverbruik en de uitstoot van kooldioxide (CO2). Bij een scheepsschroef op maat wordt de stroming rond romp en schroef digitaal geanalyseerd met Computational Fluid Dynamics (CFD), vergelijkbaar met fysiek modelonderzoek. Op basis van die analyse kunnen prestaties onder representatieve condities worden voorspeld en kan het ontwerp worden afgestemd op rompvorm, appendages zoals roer en straalbuis, de aandrijflijn en het vaarprofiel. Als vertrekpunt voor de keuze tussen bijvoorbeeld een vaste scheepsschroef (Fixed Pitch Propeller, FPP) en een straalbuisschroef biedt Typen scheepsschroeven en voortstuwingsconfiguraties het benodigde overzicht.
Voor reders en scheepseigenaren kan een scheepsschroef die naadloos is afgestemd op scheepstype en vaarprofiel leiden tot lager brandstofverbruik, minder emissies en minder cavitatie, trillingen en onderhoud. De uiteindelijke winst verschilt per vaarprofiel, maar een geoptimaliseerd schroefontwerp ondersteunt bovendien de naleving van de Energy Efficiency Existing Ship Index (EEXI) en de Carbon Intensity Indicator (CII). Daarmee wordt, na formele acceptatie door de bevoegde autoriteiten, ook de technische onderbouwing richting het Europees emissiehandelssysteem (EU ETS) en FuelEU Maritime eenvoudiger.
Het leveringsprogramma omvat vaste scheepsschroeven (Fixed Pitch Propeller, FPP), bladen voor verstelbare scheepsschroeven (Controllable Pitch Propeller, CPP), straalbuisschroeven, boegschroeven, schroeven voor roerpropellers en elektrische pods.
Het ontwerpen van een efficiënte, geluidsarme of robuuste scheepsschroef begint met een scherp gedefinieerd voortstuwingsconcept, afgestemd op de operationele eisen van het schip en het segment, of het nu om nieuwbouw gaat of om retrofit. Computational Fluid Dynamics (CFD) vormt de digitale basis van het schroefontwerp en onderbouwt keuzes die, afhankelijk van het vaarprofiel, zijn gericht op rendement, geluidsreductie en robuustheid. Welke doelstelling voorrang krijgt, is projectspecifiek en bepaalt de ontwerpkeuzes in de vervolgstappen. De volledige aanpak van concept tot bladgeometrie en materiaal is uitgewerkt in Ontwerp- en optimalisatietraject van de scheepsschroef.
Efficiëntie, geluidsreductie en robuustheid vormen in de praktijk een ontwerpdriehoek met onderlinge spanningen. Wie inzet op extra robuustheid kiest vaak voor grotere bladdiktes, andere legeringen of beschermende voorzieningen, waardoor massa en nat oppervlak toenemen en het rendement en de akoestische prestaties bij kruissnelheid kunnen afnemen. Een ontwerp dat de weerstand minimaliseert is omgekeerd minder vergevingsgezind voor schade of erosie. Daarom wordt per project expliciet vastgelegd welke doelstelling prioriteit heeft en onder welke condities wordt geoptimaliseerd, zodat de afweging transparant en toetsbaar blijft.
Tegen die achtergrond verschillen de prioriteiten per scheepstype. Binnenvaartschepen op Europese vaarwegen vragen bijvoorbeeld vaak om schroeven die bij lage snelheid en frequente manoeuvres efficiënt en voorspelbaar blijven, met tolerantie voor beperkte diepgang. Offshore support vessels (OSV’s) hechten doorgaans aan bedrijfszekerheid en directe respons in ruwe zee, met nadruk op cavitatiereserve en stabiel gedrag bij station keeping. Baggerschepen en trawlers kiezen doorgaans voor robuuste, erosietolerante schroeven met hoge stuwkracht bij lage snelheid. Andere typen schepen, zoals kustvaartschepen, olietankers en bulkcarriers, optimaliseren vooral voor laag brandstofverbruik over lange trajecten, waarbij het rendement bij kruissnelheid leidend is. Veerboten stellen meestal lage geluids- en trillingsniveaus en fijn doseerbare stuwkracht centraal voor passagierscomfort en aanlopen. Tot slot prioriteren marineschepen veelal wendbaarheid, een lage onderwatergeluidssignatuur en operationele discretie, met strikte cavitatiebeheersing over een breed belastingsbereik.
Vervolgens wordt het schroefontwerp integraal afgestemd op romp en achterschip, appendages (straalbuis, roer), de aandrijflijn en de keerkoppeling of tandwielkast. Afhankelijk van het aandrijfconcept (van conventionele dieselaandrijflijnen tot elektrische of hybride systemen) richt het ontwerp zich op hoge efficiëntie binnen het relevante snelheids- en diepgangbereik. Krijgt robuustheid prioriteit, dan verschuift de focus naar cavitatiereserve, tip- en spelingsmarges in de straalbuis, bevestigingsdetails en onderhoudstoegankelijkheid. Deze systeeminteractie vormt de basis voor de CFD-analyse en de daaropvolgende numerieke optimalisatie.
Voor de prestatievoorspelling wordt de stroming rond romp en schroef met CFD geanalyseerd. Deze in de scheepsbouw gangbare methode maakt het mogelijk al in de ontwerpfase gedetailleerde berekeningen en realistische snelheidsprognoses op te stellen. Blijkt uit de simulaties dat het beschikbare vermogen tekortschiet, dan komen gerichte aanpassingen aan bijvoorbeeld de bulbsteven of het achterschip in beeld. Waar nodig worden erosiegevoelige zones en lokale belastingpieken teruggebracht, zodat de robuustheid in de praktijk behouden blijft. Hoe simulaties, cavitatieonderzoek, modelproeven en metingen aan boord volgens ISO-normen samen de validatieketen vormen, is uitgewerkt in Validatie, CFD en prestatiemeting van de scheepsschroef.
Een cruciale stap is de keuze van het bladaantal in samenhang met diameter en spoed. Deze parameters sturen de balans tussen efficiëntie, stuwkracht, looprust en levensduur. De berekeningen stellen onze partner in staat om onderbouwd te adviseren over de configuratie die past bij het scheepstype en de operationele omstandigheden. Ook de materiaalkeuze weegt mee: in arctische wateren wegen slagvastheid en weerstand tegen lage temperaturen doorgaans zwaarder, terwijl op tropische routes vooral corrosiebestendigheid en cavitatie-erosiebestendigheid bepalend zijn. Zo blijft elke ontwerpkeuze expliciet verbonden met het beoogde inzetprofiel en de vereiste bedrijfszekerheid.
Tot slot volgt de formele afstemming op ijsklasse en classificatie. Afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden en de eisen van de opdrachtgever wordt het ontwerp afgestemd op de benodigde ijsklasse en op de richtlijnen van classificatiebureaus zoals DNV (voorheen Det Norske Veritas), Lloyd’s Register (LR), American Bureau of Shipping (ABS), Bureau Veritas (BV) en Registro Italiano Navale (RINA). Het beoogde resultaat is een scheepsschroef die voor de relevante bedrijfscondities is ontworpen en met de vereiste documentatie en goedkeuring voldoet aan de internationale kaders van de International Maritime Organization (IMO). Certificering en goedkeuring vinden plaats na acceptatie door het classificatiebureau.
De keuze van de scheepsschroef, inclusief bladgeometrie en materiaalkeuze, bepaalt in hoge mate de prestaties, duurzaamheid en geluidsproductie. Het leveringsprogramma omvat configuraties met drie tot en met zeven bladen, diameters van circa 30 tot 160 inch (ongeveer 0,7 tot 4,0 meter) en massa’s tot circa 12 ton. Welke configuratie het meest geschikt is, hangt af van het vaarprofiel, de beschikbare inbouwruimte en de eisen van het classificatiebureau, zodat het uiteindelijke schroefontwerp gericht wordt afgestemd op de beoogde inzet en bedrijfsomstandigheden.
Materiaalkeuze is een tweede bepalende factor. Nikkel-aluminiumbrons (CuNiAl, vaak Cu3) wordt veel toegepast vanwege de gunstige combinatie van cavitatie-erosiebestendigheid en corrosieweerstand in zeewater. Onder cavitatiebelasting kan Cu3 lokaal verharden, waardoor schade vaak beperkt blijft tot herstelbare putvorming. Waar de bedrijfsbelasting minder extreem is, biedt mangaanbrons (Cu1) een aantrekkelijk alternatief met een gebalanceerde verhouding tussen sterkte, levensduur en kostprijs, veelal op schepen die niet continu aan agressief zeewater zijn blootgesteld. In situaties met hogere mechanische eisen of specifieke condities kan roestvast staal (RVS) uitkomst bieden, bijvoorbeeld CF3 (austenitische RVS-gietkwaliteit). Dit materiaal onderscheidt zich door treksterkte en slijtvastheid. Wel vraagt RVS doorgaans om zorgvuldige kathodische bescherming en periodiek onderhoud, omdat het in deze toepassing gevoeliger kan zijn voor cavitatie-erosie dan Cu3-legeringen. De implicaties voor onderhoud en levensduur en de doorwerking naar kaders als EEXI/CII, EU ETS en FuelEU Maritime zijn uitgewerkt in Levensduur, retrofit en regelgeving van de scheepsschroef.
Naast materiaal sturen geometrische parameters de voortstuwingsprestaties. Het aantal bladen, de diameter en de spoed bepalen samen de balans tussen efficiëntie, stuwkracht en looprust. Een groter schijfoppervlak vergroot de cavitatiereserve en kan trillingen beperken; een lager bladenaantal reduceert bij gunstige instroomcondities de wrijvingsverliezen. Zo blijft het rendement hoog in uiteenlopende vaarsituaties, zonder concessies aan robuustheid of comfort.
Subtielere ontwerpkeuzes sturen de hydrodynamica. Skew, de achterwaartse kromming van de bladen, spreidt cavitatie en kan trillingen merkbaar verminderen. Rake, de hellingshoek ten opzichte van de schroefas, ondersteunt stabiele prestaties bij variërende diepgang en instroomcondities. Ook de tipgeometrie (de vorm van de bladuiteinden) beïnvloedt de wervelvorming en werkt rechtstreeks door in rendement en geluidsproductie. Bij passagiersschepen, onderzoeksschepen en marineschepen weegt Underwater Radiated Noise (URN) doorgaans zwaar; een passend bladontwerp ondersteunt interne URN-doelstellingen en kan, waar relevant, aansluiten bij richtsnoeren zoals ICES 209. Zo blijven ontwerpkeuzes voor comfort, bedrijfszekerheid en naleving consistent onderbouwd en herleidbaar.
Wanneer een bestaand schip toe is aan vervanging van de scheepsschroef, kan een geoptimaliseerd ontwerp, afhankelijk van rompconditie en inzetprofiel, de prestaties merkbaar verbeteren. Zijn de oorspronkelijke tekeningen van schip en schroef beschikbaar, dan vormt die dataset het vertrekpunt. Het maatwerkontwerp sluit geometrisch aan op achterschip, aslijn, straalbuis en roer en wordt afgestemd op het beoogde vaarprofiel, zodat alle ontwerpkeuzes herleidbaar blijven.
Ontbreken de tekeningen, dan is dat geen belemmering. Het achterschip wordt nauwkeurig vastgelegd met een 3D-scan, aangevuld met gerichte metingen van onder meer tip- en spelingsmarges, ashoogte en appendages. Die digitale rompgeometrie vormt de basis voor Computational Fluid Dynamics (CFD), waarmee de stroming rond de schroef representatief wordt gesimuleerd en ontwerpvarianten onder identieke condities kunnen worden vergeleken. Op basis van die analyse ontstaat een retrofitontwerp dat zowel technisch als operationeel past.
Het resultaat is een enkele of dubbele schroefconfiguratie die is ontworpen voor de relevante bedrijfscondities van het schip. In de praktijk kan dat, afhankelijk van vaargedrag, belading en onderhoudscondities, leiden tot hogere voortstuwingsefficiëntie, lagere emissies en minder cavitatie en trillingen, met positieve effecten op onderhoud en comfort.
Een verstelbare scheepsschroef, voluit Controllable Pitch Propeller (CPP), maakt het mogelijk de bladstand tijdens de vaart te variëren. Vergeleken met een vaste scheepsschroef (Fixed Pitch Propeller, FPP) zijn koppel en toerental daardoor nauwkeuriger af te stemmen op wisselende bedrijfscondities. Dat verbetert de manoeuvreerbaarheid en maakt het voortstuwingsgedrag over verschillende snelheidsregimes beter doseerbaar, mits de bladstandregeling correct is afgestemd op motor- en belastingkarakteristiek.
In de praktijk is die flexibiliteit vooral relevant bij frequente koers- of snelheidswijzigingen. Veerboten en offshore support vessels profiteren van snelle koppelopbouw en precieze snelheidscontrole bij aanlopen en station-keeping. Marineschepen leggen vaak extra nadruk op respons, lage geluidsniveaus en voorspelbaar gedrag bij deellast. Tegelijk kan een FPP bij lange, stabiele kruissnelheid gunstiger zijn qua eenvoud en onderhoud. De keuze hangt af van vaarprofiel, aandrijfconcept en gewenste regelbaarheid.
Verstelbare schroefbladen voor Controllable Pitch Propellers (CPP-bladen) kunnen, ongeacht het oorspronkelijke merk, digitaal worden ingemeten, één-op-één gereproduceerd en desgewenst geoptimaliseerd. Als naafgeometrie en bladverstelkinematica binnen de bestaande typegoedkeuring vallen, kan het bladprofiel op detailniveau worden bijgesteld om cavitatiegevoelige zones te beperken en de deellastprestaties te verfijnen. Computational Fluid Dynamics (CFD) onderbouwt deze afweging door varianten onder gelijke condities te vergelijken. De uiteindelijke optimalisatie hangt af van inbouwruimte, naafgeometrie, verstelkinematica en het beoogde bedieningsregime.
Bij bestaande installaties kunnen nieuw vervaardigde CPP-bladen de levensduur van de voortstuwing verlengen zonder ingrijpende systeemaanpassingen. Met CFD-onderbouwing ontstaat een transparante motivatie voor ontwerp- en materiaalkeuzes, in het bijzonder rond bladprofiel, skew en tipgeometrie. Certificering en goedkeuring vinden plaats na acceptatie door het classificatiebureau.
Lees meer over CPP-bladen >In samenwerking met onze partner helpen wij u graag bij het ontwerp en de levering van de juiste scheepsschroef voor nieuwbouw en retrofit, afgestemd op uw scheepstype en vaarprofiel.
De scheepsschroef vormt het hart van de voortstuwing en zet de rotatie van de aandrijfas om in stuwkracht, en beïnvloedt daarmee direct de efficiëntie, het brandstofverbruik en de uitstoot van kooldioxide (CO2). Bij een scheepsschroef op maat wordt de stroming rond romp en schroef digitaal geanalyseerd met Computational Fluid Dynamics (CFD), vergelijkbaar met fysiek modelonderzoek. Op basis van die analyse kunnen prestaties onder representatieve condities worden voorspeld en kan het ontwerp worden afgestemd op rompvorm, appendages zoals roer en straalbuis, de aandrijflijn en het vaarprofiel. Als vertrekpunt voor de keuze tussen bijvoorbeeld een vaste scheepsschroef (Fixed Pitch Propeller, FPP) en een straalbuisschroef biedt Typen scheepsschroeven en voortstuwingsconfiguraties het benodigde overzicht.
Voor reders en scheepseigenaren kan een scheepsschroef die naadloos is afgestemd op scheepstype en vaarprofiel leiden tot lager brandstofverbruik, minder emissies en minder cavitatie, trillingen en onderhoud. De uiteindelijke winst verschilt per vaarprofiel, maar een geoptimaliseerd schroefontwerp ondersteunt bovendien de naleving van de Energy Efficiency Existing Ship Index (EEXI) en de Carbon Intensity Indicator (CII). Daarmee wordt, na formele acceptatie door de bevoegde autoriteiten, ook de technische onderbouwing richting het Europees emissiehandelssysteem (EU ETS) en FuelEU Maritime eenvoudiger.
Het leveringsprogramma omvat vaste scheepsschroeven (Fixed Pitch Propeller, FPP), bladen voor verstelbare scheepsschroeven (Controllable Pitch Propeller, CPP), straalbuisschroeven, boegschroeven, schroeven voor roerpropellers en elektrische pods.
Het ontwerpen van een efficiënte, geluidsarme of robuuste scheepsschroef begint met een scherp gedefinieerd voortstuwingsconcept, afgestemd op de operationele eisen van het schip en het segment, of het nu om nieuwbouw gaat of om retrofit. Computational Fluid Dynamics (CFD) vormt de digitale basis van het schroefontwerp en onderbouwt keuzes die, afhankelijk van het vaarprofiel, zijn gericht op rendement, geluidsreductie en robuustheid. Welke doelstelling voorrang krijgt, is projectspecifiek en bepaalt de ontwerpkeuzes in de vervolgstappen. De volledige aanpak van concept tot bladgeometrie en materiaal is uitgewerkt in Ontwerp- en optimalisatietraject van de scheepsschroef.
Efficiëntie, geluidsreductie en robuustheid vormen in de praktijk een ontwerpdriehoek met onderlinge spanningen. Wie inzet op extra robuustheid kiest vaak voor grotere bladdiktes, andere legeringen of beschermende voorzieningen, waardoor massa en nat oppervlak toenemen en het rendement en de akoestische prestaties bij kruissnelheid kunnen afnemen. Een ontwerp dat de weerstand minimaliseert is omgekeerd minder vergevingsgezind voor schade of erosie. Daarom wordt per project expliciet vastgelegd welke doelstelling prioriteit heeft en onder welke condities wordt geoptimaliseerd, zodat de afweging transparant en toetsbaar blijft.
Tegen die achtergrond verschillen de prioriteiten per scheepstype. Binnenvaartschepen op Europese vaarwegen vragen bijvoorbeeld vaak om schroeven die bij lage snelheid en frequente manoeuvres efficiënt en voorspelbaar blijven, met tolerantie voor beperkte diepgang. Offshore support vessels (OSV’s) hechten doorgaans aan bedrijfszekerheid en directe respons in ruwe zee, met nadruk op cavitatiereserve en stabiel gedrag bij station keeping. Baggerschepen en trawlers kiezen doorgaans voor robuuste, erosietolerante schroeven met hoge stuwkracht bij lage snelheid. Andere typen schepen, zoals kustvaartschepen, olietankers en bulkcarriers, optimaliseren vooral voor laag brandstofverbruik over lange trajecten, waarbij het rendement bij kruissnelheid leidend is. Veerboten stellen meestal lage geluids- en trillingsniveaus en fijn doseerbare stuwkracht centraal voor passagierscomfort en aanlopen. Tot slot prioriteren marineschepen veelal wendbaarheid, een lage onderwatergeluidssignatuur en operationele discretie, met strikte cavitatiebeheersing over een breed belastingsbereik.
Vervolgens wordt het schroefontwerp integraal afgestemd op romp en achterschip, appendages (straalbuis, roer), de aandrijflijn en de keerkoppeling of tandwielkast. Afhankelijk van het aandrijfconcept (van conventionele dieselaandrijflijnen tot elektrische of hybride systemen) richt het ontwerp zich op hoge efficiëntie binnen het relevante snelheids- en diepgangbereik. Krijgt robuustheid prioriteit, dan verschuift de focus naar cavitatiereserve, tip- en spelingsmarges in de straalbuis, bevestigingsdetails en onderhoudstoegankelijkheid. Deze systeeminteractie vormt de basis voor de CFD-analyse en de daaropvolgende numerieke optimalisatie.
Voor de prestatievoorspelling wordt de stroming rond romp en schroef met CFD geanalyseerd. Deze in de scheepsbouw gangbare methode maakt het mogelijk al in de ontwerpfase gedetailleerde berekeningen en realistische snelheidsprognoses op te stellen. Blijkt uit de simulaties dat het beschikbare vermogen tekortschiet, dan komen gerichte aanpassingen aan bijvoorbeeld de bulbsteven of het achterschip in beeld. Waar nodig worden erosiegevoelige zones en lokale belastingpieken teruggebracht, zodat de robuustheid in de praktijk behouden blijft. Hoe simulaties, cavitatieonderzoek, modelproeven en metingen aan boord volgens ISO-normen samen de validatieketen vormen, is uitgewerkt in Validatie, CFD en prestatiemeting van de scheepsschroef.
Een cruciale stap is de keuze van het bladaantal in samenhang met diameter en spoed. Deze parameters sturen de balans tussen efficiëntie, stuwkracht, looprust en levensduur. De berekeningen stellen onze partner in staat om onderbouwd te adviseren over de configuratie die past bij het scheepstype en de operationele omstandigheden. Ook de materiaalkeuze weegt mee: in arctische wateren wegen slagvastheid en weerstand tegen lage temperaturen doorgaans zwaarder, terwijl op tropische routes vooral corrosiebestendigheid en cavitatie-erosiebestendigheid bepalend zijn. Zo blijft elke ontwerpkeuze expliciet verbonden met het beoogde inzetprofiel en de vereiste bedrijfszekerheid.
Tot slot volgt de formele afstemming op ijsklasse en classificatie. Afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden en de eisen van de opdrachtgever wordt het ontwerp afgestemd op de benodigde ijsklasse en op de richtlijnen van classificatiebureaus zoals DNV (voorheen Det Norske Veritas), Lloyd’s Register (LR), American Bureau of Shipping (ABS), Bureau Veritas (BV) en Registro Italiano Navale (RINA). Het beoogde resultaat is een scheepsschroef die voor de relevante bedrijfscondities is ontworpen en met de vereiste documentatie en goedkeuring voldoet aan de internationale kaders van de International Maritime Organization (IMO). Certificering en goedkeuring vinden plaats na acceptatie door het classificatiebureau.
De keuze van de scheepsschroef, inclusief bladgeometrie en materiaalkeuze, bepaalt in hoge mate de prestaties, duurzaamheid en geluidsproductie. Het leveringsprogramma omvat configuraties met drie tot en met zeven bladen, diameters van circa 30 tot 160 inch (ongeveer 0,7 tot 4,0 meter) en massa’s tot circa 12 ton. Welke configuratie het meest geschikt is, hangt af van het vaarprofiel, de beschikbare inbouwruimte en de eisen van het classificatiebureau, zodat het uiteindelijke schroefontwerp gericht wordt afgestemd op de beoogde inzet en bedrijfsomstandigheden.
Materiaalkeuze is een tweede bepalende factor. Nikkel-aluminiumbrons (CuNiAl, vaak Cu3) wordt veel toegepast vanwege de gunstige combinatie van cavitatie-erosiebestendigheid en corrosieweerstand in zeewater. Onder cavitatiebelasting kan Cu3 lokaal verharden, waardoor schade vaak beperkt blijft tot herstelbare putvorming. Waar de bedrijfsbelasting minder extreem is, biedt mangaanbrons (Cu1) een aantrekkelijk alternatief met een gebalanceerde verhouding tussen sterkte, levensduur en kostprijs, veelal op schepen die niet continu aan agressief zeewater zijn blootgesteld. In situaties met hogere mechanische eisen of specifieke condities kan roestvast staal (RVS) uitkomst bieden, bijvoorbeeld CF3 (austenitische RVS-gietkwaliteit). Dit materiaal onderscheidt zich door treksterkte en slijtvastheid. Wel vraagt RVS doorgaans om zorgvuldige kathodische bescherming en periodiek onderhoud, omdat het in deze toepassing gevoeliger kan zijn voor cavitatie-erosie dan Cu3-legeringen. De implicaties voor onderhoud en levensduur en de doorwerking naar kaders als EEXI/CII, EU ETS en FuelEU Maritime zijn uitgewerkt in Levensduur, retrofit en regelgeving van de scheepsschroef.
Naast materiaal sturen geometrische parameters de voortstuwingsprestaties. Het aantal bladen, de diameter en de spoed bepalen samen de balans tussen efficiëntie, stuwkracht en looprust. Een groter schijfoppervlak vergroot de cavitatiereserve en kan trillingen beperken; een lager bladenaantal reduceert bij gunstige instroomcondities de wrijvingsverliezen. Zo blijft het rendement hoog in uiteenlopende vaarsituaties, zonder concessies aan robuustheid of comfort.
Subtielere ontwerpkeuzes sturen de hydrodynamica. Skew, de achterwaartse kromming van de bladen, spreidt cavitatie en kan trillingen merkbaar verminderen. Rake, de hellingshoek ten opzichte van de schroefas, ondersteunt stabiele prestaties bij variërende diepgang en instroomcondities. Ook de tipgeometrie (de vorm van de bladuiteinden) beïnvloedt de wervelvorming en werkt rechtstreeks door in rendement en geluidsproductie. Bij passagiersschepen, onderzoeksschepen en marineschepen weegt Underwater Radiated Noise (URN) doorgaans zwaar; een passend bladontwerp ondersteunt interne URN-doelstellingen en kan, waar relevant, aansluiten bij richtsnoeren zoals ICES 209. Zo blijven ontwerpkeuzes voor comfort, bedrijfszekerheid en naleving consistent onderbouwd en herleidbaar.
Wanneer een bestaand schip toe is aan vervanging van de scheepsschroef, kan een geoptimaliseerd ontwerp, afhankelijk van rompconditie en inzetprofiel, de prestaties merkbaar verbeteren. Zijn de oorspronkelijke tekeningen van schip en schroef beschikbaar, dan vormt die dataset het vertrekpunt. Het maatwerkontwerp sluit geometrisch aan op achterschip, aslijn, straalbuis en roer en wordt afgestemd op het beoogde vaarprofiel, zodat alle ontwerpkeuzes herleidbaar blijven.
Ontbreken de tekeningen, dan is dat geen belemmering. Het achterschip wordt nauwkeurig vastgelegd met een 3D-scan, aangevuld met gerichte metingen van onder meer tip- en spelingsmarges, ashoogte en appendages. Die digitale rompgeometrie vormt de basis voor Computational Fluid Dynamics (CFD), waarmee de stroming rond de schroef representatief wordt gesimuleerd en ontwerpvarianten onder identieke condities kunnen worden vergeleken. Op basis van die analyse ontstaat een retrofitontwerp dat zowel technisch als operationeel past.
Het resultaat is een enkele of dubbele schroefconfiguratie die is ontworpen voor de relevante bedrijfscondities van het schip. In de praktijk kan dat, afhankelijk van vaargedrag, belading en onderhoudscondities, leiden tot hogere voortstuwingsefficiëntie, lagere emissies en minder cavitatie en trillingen, met positieve effecten op onderhoud en comfort.
Een verstelbare scheepsschroef, voluit Controllable Pitch Propeller (CPP), maakt het mogelijk de bladstand tijdens de vaart te variëren. Vergeleken met een vaste scheepsschroef (Fixed Pitch Propeller, FPP) zijn koppel en toerental daardoor nauwkeuriger af te stemmen op wisselende bedrijfscondities. Dat verbetert de manoeuvreerbaarheid en maakt het voortstuwingsgedrag over verschillende snelheidsregimes beter doseerbaar, mits de bladstandregeling correct is afgestemd op motor- en belastingkarakteristiek.
In de praktijk is die flexibiliteit vooral relevant bij frequente koers- of snelheidswijzigingen. Veerboten en offshore support vessels profiteren van snelle koppelopbouw en precieze snelheidscontrole bij aanlopen en station-keeping. Marineschepen leggen vaak extra nadruk op respons, lage geluidsniveaus en voorspelbaar gedrag bij deellast. Tegelijk kan een FPP bij lange, stabiele kruissnelheid gunstiger zijn qua eenvoud en onderhoud. De keuze hangt af van vaarprofiel, aandrijfconcept en gewenste regelbaarheid.
Verstelbare schroefbladen voor Controllable Pitch Propellers (CPP-bladen) kunnen, ongeacht het oorspronkelijke merk, digitaal worden ingemeten, één-op-één gereproduceerd en desgewenst geoptimaliseerd. Als naafgeometrie en bladverstelkinematica binnen de bestaande typegoedkeuring vallen, kan het bladprofiel op detailniveau worden bijgesteld om cavitatiegevoelige zones te beperken en de deellastprestaties te verfijnen. Computational Fluid Dynamics (CFD) onderbouwt deze afweging door varianten onder gelijke condities te vergelijken. De uiteindelijke optimalisatie hangt af van inbouwruimte, naafgeometrie, verstelkinematica en het beoogde bedieningsregime.
Bij bestaande installaties kunnen nieuw vervaardigde CPP-bladen de levensduur van de voortstuwing verlengen zonder ingrijpende systeemaanpassingen. Met CFD-onderbouwing ontstaat een transparante motivatie voor ontwerp- en materiaalkeuzes, in het bijzonder rond bladprofiel, skew en tipgeometrie. Certificering en goedkeuring vinden plaats na acceptatie door het classificatiebureau.
Lees meer over CPP-bladen >Projecten met vaste scheepsschroeven (Fixed Pitch Propeller, FPP), straalbuisschroeven, CPP-bladen (Controllable Pitch Propeller, verstelbare schroefbladen), boegschroeven, schroeven voor roerpropellers en elektrische pods laten zien dat een CFD-onderbouwd ontwerp, afgestemd op romp, aandrijflijn en vaarprofiel, kan leiden tot efficiëntere voortstuwing en lagere emissies. Toepassingen variëren van binnen- en kustvaart tot zeevaart en strekken zich uit tot baggerij, offshore, visserij en marine. Afhankelijk van de functie in het voortstuwingssysteem (hoofdaandrijving of manoeuvreren bij lage snelheid) zijn onder representatieve condities een lager brandstofverbruik en minder CO2-uitstoot mogelijk. De uiteindelijke winst hangt samen met belading, vaargedrag en onderhoud.
Projecten met vaste scheepsschroeven (Fixed Pitch Propeller, FPP), straalbuisschroeven, CPP-bladen (Controllable Pitch Propeller, verstelbare schroefbladen), boegschroeven, schroeven voor roerpropellers en elektrische pods laten zien dat een CFD-onderbouwd ontwerp, afgestemd op romp, aandrijflijn en vaarprofiel, kan leiden tot efficiëntere voortstuwing en lagere emissies. Toepassingen variëren van binnen- en kustvaart tot zeevaart en strekken zich uit tot baggerij, offshore, visserij en marine. Afhankelijk van de functie in het voortstuwingssysteem (hoofdaandrijving of manoeuvreren bij lage snelheid) zijn onder representatieve condities een lager brandstofverbruik en minder CO2-uitstoot mogelijk. De uiteindelijke winst hangt samen met belading, vaargedrag en onderhoud.
Liever direct contact? Bel of mail ons gerust. Wij zijn bereikbaar van maandag tot en met vrijdag, van 09:00 tot 17:00 uur.
Liever digitaal overleggen? Laat het ons weten via het contactformulier. We plannen graag een Teams-gesprek met u in.
Wilt u langskomen? U bent van harte welkom bij ons op kantoor. We stemmen uw bezoek graag vooraf met u af.
Berger Maritiem Sales & Service V.O.F.
Steur 50, 3344 JJ
Hendrik-Ido-Ambacht
Nederland
Heeft u een vraag, wilt u vrijblijvend advies of een offerte ontvangen? Vul dan onderstaand formulier in. Wij nemen zo spoedig mogelijk contact met u op.