Bedrijfslogo van Berger Maritiem met een groen blad dat duurzame maritieme innovatie en oplossingen symboliseert.
Logo van Berger Maritiem met een groen blad dat symbool staat voor duurzame innovatie en oplossingen in de maritieme sector.
Scheepsschroef als onderdeel van de voortstuwing van een zeeschip

Kan CFD (Computational Fluid Dynamics) modelproeven vervangen bij schroefontwerp?

Auteur: Jeroen Berger • Publicatiedatum:

Bij het ontwerpen en optimaliseren van scheepsschroeven wordt Computational Fluid Dynamics (CFD) steeds vaker ingezet als primaire ontwerptool. Met deze numerieke stromingsanalyse kan de waterstroming rond de schroef, de achtersteven en relevante appendages, zoals roer en straalbuis, digitaal worden gesimuleerd. Ook de invloed van stromingsbeïnvloedende voorzieningen kan worden meegenomen wanneer deze de instroming naar de schroef merkbaar wijzigen. Voorbeelden hiervan zijn Energy Saving Devices (ESD’s) zoals een Pre-Duct, Pre-Swirl Stator (PSS), Propeller Boss Cap Fin (PBCF), Twisted Rudder of Rudder Bulb. Op basis van dergelijke simulaties kunnen ontwerpkeuzes al in een vroeg stadium inhoudelijk worden onderbouwd.

Voor reders en scheepseigenaren kan dit praktisch voordeel opleveren. CFD biedt namelijk sneller inzicht in het verwachte rendement binnen een specifiek vaarprofiel, beperkt het aantal iteraties in de ontwikkelfase en ondersteunt een betere onderbouwing van potentiële brandstof- en emissie-effecten, mits invoerdata en rekenaanpak aansluiten bij de beoogde toepassing. Tegelijk blijft de kernvraag in de praktijk genuanceerd: in hoeverre kan CFD fysieke modelproeven, zoals sleeptankproeven en cavitatieonderzoek, vervangen wanneer betrouwbaarheid, validatie en klasse-acceptatie moeten worden geborgd?

In dit artikel wordt uiteengezet waar CFD aantoonbaar sterk in is bij schroefontwerp, welke onzekerheden met name spelen bij cavitatie en niet-stationaire instroming, en waarom validatie met modelproeven in veel projecten nog steeds een doorslaggevende rol heeft. Vervolgens wordt toegelicht hoe in de praktijk een hybride aanpak wordt opgebouwd, waarin CFD-resultaten, proefdata en acceptatie-eisen van klasse en opdrachtgever samenkomen in één consistente en toetsbare onderbouwing.

Sterke punten van CFD

Computational Fluid Dynamics biedt vooral meerwaarde bij het inzichtelijk maken van complexe stromingsverschijnselen die met conventionele meetmethoden slechts beperkt of indirect waarneembaar zijn. Door de stroming numeriek te berekenen, kan gedetailleerd worden geanalyseerd hoe snelheidsverdelingen, drukvelden, wervelstructuren en interacties zich ontwikkelen rond de scheepsschroef, de rompvorm en eventuele achterstevencomponenten. Dit maakt het mogelijk om niet alleen globale prestaties te beoordelen, maar ook lokale effecten te identificeren die direct van invloed zijn op rendement, belasting en cavitatiegevoeligheid.

Een belangrijk voordeel van CFD ligt in de flexibiliteit tijdens de ontwerpfase. Varianten in bladgeometrie, spoedverdeling, diameter en positionering ten opzichte van romp en roer kunnen relatief snel worden doorgerekend, zonder dat voor elke wijziging een nieuw fysiek model hoeft te worden vervaardigd. Ook de invloed van stromingsbeïnvloedende voorzieningen, zoals Energy Saving Devices, kan in deze fase worden meegenomen, mits de modellering zorgvuldig en consistent is opgezet. Hierdoor ontstaat al vroeg in het ontwerpproces inzicht in trends en relatieve verschillen tussen ontwerpopties, in plaats van pas na kostbare en tijdrovende proefopstellingen.

Voor reders en scheepseigenaren vertaalt dit zich vooral in een efficiënter en beter onderbouwd besluitvormingsproces. CFD maakt het mogelijk om het verwachte effect van een schroefontwerp of optimalisatie te beoordelen binnen een specifiek vaarprofiel en snelheidsbereik, nog voordat fysieke proeven worden ingezet. Dat verkort de ontwikkelfase en verkleint het risico dat pas laat in het traject blijkt dat een ontwerpkeuze suboptimaal uitpakt. De kracht van CFD ligt daarbij niet in absolute zekerheid, maar in het systematisch vergelijken en onderbouwen van ontwerpkeuzes op basis van consistente uitgangspunten en reproduceerbare analyses.

Beperkingen en validatie

Tegelijkertijd kent Computational Fluid Dynamics inherente grenzen. De betrouwbaarheid van de uitkomsten is sterk afhankelijk van de gekozen rekenmodellen, randvoorwaarden en aannames waarmee de stroming wordt beschreven. Turbulentiemodellen, roterende referentiesystemen en de resolutie van het rekenrooster beïnvloeden het resultaat direct. Relatief kleine verschillen in modellering kunnen daardoor leiden tot merkbare variaties in voorspelde krachten, rendement of drukverdelingen.

Deze beperkingen worden vooral zichtbaar bij cavitatie. Het ontstaan, de stabiliteit en het instorten van cavitatiebellen zijn sterk niet-lineaire en tijdsafhankelijke processen die in numerieke modellen slechts benaderd kunnen worden. Hoewel moderne cavitatiemodellen waardevol inzicht bieden in trends en relatieve gevoeligheden, blijven onzekerheden bestaan in de exacte intensiteit, het geluidsniveau en de mate van erosie. Dit effect wordt versterkt bij niet-stationaire instroming, zoals een onregelmatige wake achter de romp of wisselende belastingen als gevolg van manoeuvres en variërende waterdiepte.

Daarom wordt CFD in de praktijk vrijwel altijd gekoppeld aan fysieke modelproeven. Sleeptankproeven en cavitatieonderzoek in speciaal ingerichte laboratoria bieden een referentie waarmee numerieke resultaten kunnen worden getoetst en gekalibreerd. Deze validatie maakt het mogelijk vast te stellen of de gekozen rekenaanpak representatief is voor het beoogde bedrijfspunt en afwijkingen tijdig te herkennen. De combinatie van CFD en modelonderzoek zorgt er daarmee voor dat digitale voorspellingen niet op zichzelf staan, maar aantoonbaar aansluiten bij de meetbare werkelijkheid en bij de acceptatie-eisen van opdrachtgever en klasse.

Complementair in plaats van vervangend

Het gangbare uitgangspunt in de maritieme sector is dat Computational Fluid Dynamics (CFD) modelproeven doorgaans niet volledig vervangt, maar vooral als aanvulling wordt ingezet. In de ontwerpfase biedt CFD snelheid en flexibiliteit, omdat varianten in bladgeometrie, achterstevenconfiguratie en instromingscondities relatief snel kunnen worden doorgerekend en onderling kunnen worden vergeleken. Wanneer de onderbouwing richting besluitvorming, contractering of klasse aantoonbaar en verifieerbaar moet zijn, blijft fysiek modelonderzoek juist waardevol, bijvoorbeeld om cavitatiegedrag, drukpulsen en trillingsrisico’s onder representatieve en variërende bedrijfscondities betrouwbaar vast te stellen.

Voor reders en scheepseigenaren resulteert dit meestal in een hybride aanpak. CFD stuurt de ontwerpkeuzes en helpt de kansrijke varianten efficiënt te selecteren. Sleeptankproeven en cavitatieonderzoek leveren vervolgens de verificatie waarmee voorspellingen kunnen worden bevestigd, begrensd of, waar nodig, gecorrigeerd. Zo ontstaat een onderbouwing die efficiënt is in de ontwerpfase en tegelijkertijd voldoende aantoonbaar blijft voor opdrachtgever, werf en klasse, met reproduceerbare en traceerbare aannames, instellingen en meetresultaten.

Strategische waarde voor de sector

De combinatie van Computational Fluid Dynamics en fysieke modelproeven maakt het mogelijk om schroefontwerpen gerichter af te stemmen op de toenemende eisen vanuit regelgeving en marktontwikkelingen. Door hydrodynamische prestaties al vroeg in het ontwerpproces inzichtelijk te maken en deze vervolgens te verifiëren met modelonderzoek, kunnen scheepswerven en ontwerpers gerichter sturen op vermogensvraag, cavitatiebeheersing en operationele robuustheid binnen het beoogde inzetprofiel.

In die context ondersteunt de hybride aanpak de onderbouwing van maatregelen die relevant zijn voor kaders zoals MARPOL Annex VI, de Energy Efficiency Existing Ship Index (EEXI) en de Carbon Intensity Indicator (CII). De waarde daarvan ligt niet in het claimen van absolute prestatiewinst, maar in het vergroten van de voorspelbaarheid van hydrodynamisch gedrag en energieverbruik over uiteenlopende bedrijfscondities. Juist die voorspelbaarheid wordt steeds belangrijker wanneer prestaties worden beoordeeld over langere perioden en binnen streng gedefinieerde referentiekaders.

Voor reders en scheepseigenaren betekent dit dat CFD, in samenhang met modelproeven, kan bijdragen aan beter onderbouwde investeringsbeslissingen. Niet als zelfstandige oplossing voor compliance of emissiereductie, maar als onderdeel van een systematische ontwerp- en validatieaanpak waarmee efficiëntieverbeteringen aantoonbaar en toetsbaar worden gemaakt. Daarmee groeit de rol van CFD uit van een puur technisch hulpmiddel tot een strategisch instrument binnen toekomstbestendig vlootbeheer, waarin technische haalbaarheid, klasse-acceptatie en regelgeving structureel in samenhang worden beoordeeld.

Over dit artikel

Dit artikel maakt deel uit van de achtergrondinformatie over de scheepsschroef als product en valt binnen het cluster Validatie, CFD en prestatiemeting van de scheepsschroef. De kern is dat Computational Fluid Dynamics (CFD) een krachtig voorspellend instrument is binnen het schroefontwerp, maar dat de vervangbaarheid van modelproeven wordt begrensd door validatie-eisen en de aantoonbaarheid van prestaties onder representatieve bedrijfscondities. Daarom krijgen CFD-resultaten pas volledige betekenis wanneer uitkomsten herleidbaar worden gekoppeld aan modelonderzoek en, waar relevant, metingen in de vaart. Voor een projectspecifieke uitwerking sluit de pagina Scheepsschroef op maat hier logisch op aan.

Voor inzicht in de schroefconfiguraties en toepassingen waarop CFD en modelonderzoek worden toegepast, sluit Welke typen scheepsschroeven zijn er en wat zijn hun kenmerken logisch aan, omdat dit artikel het functionele en hydrodynamische speelveld schetst waarbinnen ontwerpanalyses plaatsvinden.

De beperkingen van numerieke voorspellingen worden in de praktijk vooral zichtbaar bij cavitatie en niet-stationaire instroming. In dat kader vormt Wat is cavitatie en hoe beïnvloedt dit scheepsschroeven een directe verdieping, omdat dit kennisartikel uitlegt waarom juist dit verschijnsel doorgaans fysieke validatie vereist.

Voor de stap van ontwerp naar aantoonbare acceptatie sluit Hoe wordt de prestatie van een scheepsschroef gemeten en gevalideerd het beste aan, omdat daarin wordt uiteengezet hoe CFD-resultaten, modelproeven en metingen in de vaart samenkomen in een toetsbare en reproduceerbare onderbouwing richting opdrachtgever en klasse.