Bedrijfslogo van Berger Maritiem met een groen blad dat duurzame maritieme innovatie en oplossingen symboliseert.
Logo van Berger Maritiem met een groen blad dat symbool staat voor duurzame innovatie en oplossingen in de maritieme sector.
Technische illustratie van een Pre-Swirl Stator (PSS) voor een scheepsschroef, met hydrodynamische stromingslijnen die de toestroming tonen.

Hydrodynamisch ontwerp en prestatievalidatie van Energy Saving Devices (ESDs)

Een hydrodynamische ontwerpstudie helpt een Energy Saving Device (ESD) af te stemmen op de stroming rond romp, schroef en roer. De keuze van een passende ESD-configuratie geeft richting aan het onderzoek; de resultaten kunnen die keuze verder aanscherpen. Computational Fluid Dynamics (CFD) maakt het mogelijk om vorm en plaatsing te verbeteren voordat een voorziening wordt gebouwd. Berekeningen en geschikte metingen moeten vervolgens duidelijk maken welk vermogensvoordeel onder de onderzochte omstandigheden kan worden verwacht. Daarbij vraagt de vergelijking van ontwerpvarianten om andere informatie dan de bevestiging van een prestatie na installatie. Een passende referentie maakt bovendien duidelijk of het resultaat de afzonderlijke ESD of een bredere voortstuwingsaanpassing beschrijft.

Met CFD kansrijke ESD-geometrieën ontwikkelen

Het rekenmodel beschrijft de bestaande of geplande romp-, schroef- en roergeometrie. De naafkap, aanwezige appendages en onderlinge afstanden worden meegenomen waar deze de onderzochte stroming beïnvloeden. De voortstuwing zonder de nieuw onderzochte ESD vormt de referentie. Bij retrofit moeten de tekeningen en modellen voldoende overeenkomen met de werkelijke uitvoering.

Een CFD-optimalisatie van een Energy Saving Device (ESD) gebruikt de berekende stroming en krachten om vorm en positie gericht aan te passen. Bij een Pre-Swirl Stator (PSS) of Pre-Duct kan dat bijvoorbeeld de vinstand of het ductprofiel betreffen. Voor een Propeller Boss Cap Fin (PBCF) vraagt de stroming rond bladwortels en naafkap voldoende detail; bij een Rudder Bulb is de overgang naar het roer belangrijk. De schroefmodellering moet deze bepalende interacties kunnen beschrijven. Een vereenvoudigd model kan een eerste selectie ondersteunen, waarna de kansrijkste geometrieën zo nodig gedetailleerder worden onderzocht.

De vermogensvraag van de volledige voortstuwing beoordelen

Stromingsbeelden verklaren waar een ontwerp verbetering kan bieden, maar zijn geen zelfstandige maat voor de besparing. Een betere schroefwerking kan samengaan met extra weerstand op de voorziening of een andere roerbelasting. Een Pre-Duct kan onder geschikte omstandigheden juist zelf een voorwaartse kracht leveren. Voor het effect van een ESD op de volledige voortstuwingsprestatie moeten deze bijdragen binnen dezelfde vergelijking worden verwerkt.

Daarvoor wordt het zelfvoortstuwingspunt bepaald: de toestand waarin de voortstuwende en tegenwerkende krachten bij de gekozen snelheid in evenwicht zijn. De configuraties worden vergeleken op het bijbehorende schachtvermogen bij dezelfde snelheid door het water, diepgang, trim en overige relevante omstandigheden. Toerental en koppel mogen verschillen, omdat de ESD juist de schroefwerking en het krachtenevenwicht kan veranderen.

Ontwerpvarianten vergelijken over het werkelijke vaarprofiel

Een gemeenschappelijke referentie en gelijkwaardige ontwerpuitgangspunten zijn nodig voor de vergelijking van ESD-ontwerpen onder representatieve bedrijfscondities. Bij een Controllable Pitch Propeller (CPP) worden de mogelijkheden om bladstand en toerental te optimaliseren consequent behandeld voor de vergeleken configuraties. Ook blijft duidelijk of uitsluitend de ESD verandert of dat een nieuwe schroef of regeling onderdeel van het alternatief is.

De vermogensverschillen per bedrijfspunt worden gekoppeld aan de bijbehorende vaaruren. Omstandigheden waarin een ontwerp extra vermogen vraagt, tellen eveneens mee. Hierdoor kan de rangorde over het vaarprofiel anders zijn dan die bij de nominale kruissnelheid. Bij wisselende beladen en ballastvaart telt welke uitvoering over de verwachte inzet de meeste voortstuwingsenergie bespaart en of die voorkeur behouden blijft wanneer de verdeling van de vaaruren verandert.

Een kleine berekende voorsprong is pas doorslaggevend wanneer het verschil voldoende betrouwbaar kan worden onderscheiden. Blijft dat onzeker, dan is nog geen duidelijke hydrodynamische voorkeur aangetoond. Uitvoerbaarheid, aanvaardbare belastingen en voldoende manoeuvreerbaarheid blijven daarnaast voorwaarden voor toepassing, ook voor een ontwerp dat gemiddeld minder vermogen vraagt.

CFD en aanvullende metingen als onderbouwing van ESD-prestaties

Numerieke verificatie en fysische validatie beantwoorden verschillende vragen. Verificatie onderzoekt de nauwkeurigheid van de rekenoplossing, bijvoorbeeld via roosterverfijning, convergentie en de tijdstap bij tijdsafhankelijke berekeningen. Validatie vergelijkt de voorspelling met fysieke metingen. Een goede voorspelling van het oorspronkelijke schachtvermogen ondersteunt de referentie, maar toont niet vanzelf aan dat het vermogensverschil na toevoeging van een ESD even nauwkeurig wordt berekend.

De onzekerheid die voor de ontwerpkeuze nog moet worden verminderd, bepaalt wanneer naast CFD aanvullende metingen nodig zijn om ESD-prestaties te verifiëren. Bestaande modelproeven of metingen kunnen bruikbaar zijn wanneer geometrie, bedrijfscondities en bepalende stromingsverschijnselen voldoende overeenkomen. Nieuw onderzoek wordt gekozen op basis van de ontbrekende informatie. Een voortstuwingsproef onderzoekt de gezamenlijke prestatie; stromings- en krachtmetingen toetsen specifieke onderdelen van de berekende werking. Cavitatie, drukpulsen of trillingen kunnen een andere proefopzet vragen dan het gemiddelde vermogensverschil.

Modelresultaten vragen om een verantwoorde vertaling naar ware grootte, omdat onder meer de grenslaag en het wakeveld verschillen. Berekeningen op ware grootte ondersteunen die beoordeling, maar blijven afhankelijk van de modellen en invoergegevens. Een proefvaart kan de voorspelling toetsen aan het werkelijke schip. Prestatiemonitoring kan aanvullend laten zien hoe de prestaties zich tijdens de exploitatie ontwikkelen, binnen de grenzen van de beschikbare referentie en gegevenskwaliteit.

De juiste bedrijfscondities voor betrouwbare prestatiemetingen

Een meting aan boord moet voldoende aansluiten op de omstandigheden waarvoor de besparing is voorspeld. Snelheid, diepgang, trim, waterdiepte en weersinvloeden kunnen de vermogensvraag veranderen. Bij stroming moeten snelheid over de grond en snelheid door het water worden onderscheiden. Rustige omstandigheden en stabiele meetperioden helpen de omvang van noodzakelijke correcties te beperken.

Een geschikte meetopzet combineert de juiste bedrijfscondities voor ESD-prestatiemetingen met nauwkeurige, gesynchroniseerde meetgegevens. Het snelheidsgebied, de belading en de toegestane correcties worden vooraf vastgelegd. Koppel, toerental en snelheid worden op dezelfde tijdbasis geregistreerd; bij een CPP hoort daar de bladstand bij. De onzekerheid van de instrumenten en correcties bepaalt mede hoe nauwkeurig een klein vermogensverschil kan worden vastgesteld.

De ESD-bijdrage onderscheiden van andere verbeteringen

Meetnauwkeurigheid en toerekening van het resultaat zijn afzonderlijke voorwaarden. Wanneer tijdens dezelfde dokbeurt de romp wordt gereinigd, de schroef wordt gepolijst en een ESD wordt aangebracht, beschrijft de nameting de gecombineerde uitvoering. Voor de afzonderlijke ESD-bijdrage moet bekend zijn hoe het schip na hetzelfde onderhoud, maar zonder de voorziening, zou hebben gepresteerd.

De overige werkzaamheden bepalen daarmee mede de vergelijkingsbasis voor het afzonderlijke ESD-effect. Die referentie verdient aandacht voordat de uitvoering begint. Ontbreekt een rechtstreekse referentiemeting, dan kunnen berekeningen en andere prestatiegegevens de beoordeling ondersteunen. De daaruit afgeleide ESD-bijdrage blijft een modelondersteunde schatting. Een gemeten totaalverbetering blijft waardevol, zolang duidelijk is welke maatregelen daarin zijn opgenomen en welk aandeel afzonderlijk kan worden onderbouwd.

Van prestatieonderbouwing naar verdere engineering

Een bruikbare ontwerpuitkomst beschrijft de gekozen geometrie, de onderzochte bedrijfspunten, de verwachte vermogensverschillen en de onzekerheden die daarbij horen. Ook de berekende belastingen moeten beschikbaar zijn voor de verdere uitwerking. Wij ondersteunen de afstemming van de hydrodynamische beoordeling en eventuele prestatiemetingen op de projectvraag, in samenwerking met een gespecialiseerde internationale partner. Zo sluit het onderzoek aan op de prestatie die voor het ontwerpbesluit of na installatie moet worden onderbouwd.

De ontwerpgegevens worden vervolgens gebruikt bij de beoordeling van de technische inpassing en de eisen tijdens de levensduur van ESDs. De constructieve engineering bouwt daarop voort en onderzoekt welke aanvullende belastingen en controles nodig zijn. De vertaling naar brandstofbesparing en economische waarde vraagt daarnaast gegevens over het motorbedrijf, de toekomstige inzet en de projectkosten.