Bedrijfslogo van Berger Maritiem met een groen blad dat duurzame maritieme innovatie en oplossingen symboliseert.
Logo van Berger Maritiem met een groen blad dat symbool staat voor duurzame innovatie en oplossingen in de maritieme sector.
Technische illustratie van een Pre-Swirl Stator (PSS) voor een scheepsschroef, met hydrodynamische stromingslijnen die de toestroming tonen.

Retrofit, levensduur en regelgeving voor Energy Saving Devices (ESDs)

Een Energy Saving Device (ESD) kan het benodigde voortstuwingsvermogen verlagen. Om dat voordeel tijdens de exploitatie te benutten, moeten de constructie, bevestiging en onderhoudsmogelijkheden bij het schip passen. Bij retrofit wordt de voorziening ingepast in een bestaande voortstuwing; bij nieuwbouw kunnen de betrokken onderdelen eerder gezamenlijk worden ontwikkeld. Na installatie verdienen de oppervlaktetoestand en constructieve verbindingen aandacht. Ook latere wijzigingen aan schroef, regeling of roer kunnen de oorspronkelijke afstemming veranderen. Waar de betreffende regelgeving geldt, kan een ESD bovendien bijdragen aan EEXI en CII. De technische voorbereiding brengt deze vragen samen: welke uitvoering is mogelijk, hoe blijft deze bruikbaar en welke beoordeling is bij veranderingen nodig?

Retrofit en nieuwbouw bieden verschillende ontwerpmogelijkheden

Bij een bestaand schip liggen achterstevenvorm, schroefpositie en roeropstelling doorgaans grotendeels vast. Een Pre-Swirl Stator (PSS) of Pre-Duct vraagt montageruimte voor het schroefvlak en een geschikte bevestiging aan de achtersteven. Voor een Propeller Boss Cap Fin (PBCF) of Rudder Bulb zijn de naafgeometrie en afstand tot het roer belangrijk. De beschikbare constructie begrenst daarmee de vormen en posities die uitvoerbaar zijn.

Welke onderdelen nog kunnen worden aangepast, bepaalt mede het ontwerp van ESDs voor retrofit en nieuwbouw. Bij vroege nieuwbouw kunnen achtersteven, schroef, roer en ESD samen worden ontwikkeld. Dat biedt meer ontwerpvrijheid, maar geen garantie op een grotere afzonderlijke ESD-besparing: een verbeterde romp en schroef kunnen al een deel van de verliezen beperken. Ook een omvangrijke retrofit biedt ruimte voor gezamenlijke ontwikkeling wanneer schroefvervanging of roeraanpassing is voorzien.

Bij retrofit helpen actuele prestatiegegevens om de voorziening op de toekomstige inzet af te stemmen, mits het geregistreerde vaarprofiel daarvoor representatief blijft. De tekeningen moeten overeenkomen met de werkelijke uitvoering. Bij onzekerheid over kritische afmetingen kunnen aanvullende metingen of een 3D-scan nodig zijn. De uiteindelijke geometrie wordt afgestemd op de toestand na de geplande werkzaamheden, binnen de beschikbare montageruimte en uitvoeringsperiode.

Constructieve integratie en belastingen van ESDs

De resultaten van hydrodynamisch ontwerp en prestatievalidatie van ESDs geven inzicht in de stroming en de hydrodynamische krachten op de voorziening. De constructieve beoordeling onderzoekt hoe de ESD, haar bevestigingen en de aansluitende scheepsconstructie deze belastingen opnemen. Een sterke vin alleen is bijvoorbeeld niet voldoende als de vinvoet of achterliggende rompconstructie onvoldoende geschikt is.

Bij een Pre-Duct worden de krachten via het profiel en de ondersteuningen aan de achtersteven overgedragen. Bij een PBCF tellen naast de hydrodynamische krachten ook de rotatiegerelateerde belastingen en de bevestiging aan de schroefnaaf mee. Een Rudder Bulb draagt zijn krachten over aan het roer en kan ook de belasting van andere roeronderdelen veranderen.

Wanneer eenvoudige berekeningen onvoldoende zekerheid geven over lokale spanningen, vervormingen of wisselende belastingen, kan FEM-analyse bij de structurele integratie van een ESD uitkomst bieden. Deze eindige-elementenmethode onderzoekt hoe de constructie op de opgegeven belastingen reageert. Afhankelijk van de uitvoering vragen ook vermoeiing, stabiliteit en trillingsgedrag om beoordeling. De benodigde analyse volgt uit het constructieve risico en de toepasselijke eisen, niet uitsluitend uit de afmetingen van de voorziening.

De onderzochte belastingen moeten ook relevante manoeuvres, schroefbelastingen en scheepsbewegingen omvatten. Normale kruissnelheid is niet noodzakelijk maatgevend. Vervormingen mogen de vereiste vrije ruimte tot schroef en roer niet aantasten. Wanneer een sterkere vin of extra ondersteuning nodig is, wordt ook het effect van die aanpassing op de stroming beoordeeld. Zo blijven de constructieve uitvoering en de hydrodynamische vorm op elkaar afgestemd.

Aangroei, corrosie en schade tijdens de levensduur

Tijdens de exploitatie kunnen de profielvorm, positie en oppervlaktetoestand veranderen. De invloed van aangroei, corrosie en schade op de prestaties van een ESD gaat daarbij verder dan extra weerstand. Aangroei kan de voorrotatie van statorvinnen of de stromingsgeleiding van een Pre-Duct beïnvloeden. Ook een schone voorziening kan anders werken wanneer rompaangroei de aanstroming verandert.

Corrosie en mechanische schade kunnen daarnaast de constructie aantasten. Bij een PBCF kan een beschadigde vin gevolgen hebben voor de belasting en balans van de draaiende uitvoering. Bij een Rudder Bulb zijn onder meer de contour, aansluiting op het roer en beschikbare spelingen van belang. Een ESD kan nog hydrodynamisch voordeel bieden terwijl een bevestiging al onvoldoende betrouwbaar is. Zichtbare aangroei betekent omgekeerd niet dat de besparing volledig verloren is gegaan.

Inspectie helpt bepalen of reinigen volstaat of dat herstel van de geometrie, oppervlaktebescherming of constructie nodig is. Bij twijfel over de veilige werking gaat de constructieve beoordeling voor. Een hoger benodigd schachtvermogen kan aanleiding geven tot onderzoek, maar wijst niet zelfstandig aan of de oorzaak bij de romp, schroef of ESD ligt.

Onderhoudbaarheid en toegankelijkheid bepalen de inzetbaarheid

Een technische afwijking moet kunnen worden onderzocht en waar nodig verholpen. Daarom horen onderhoud en toegankelijkheid bij de ontwerpafweging. Een statorbevestiging kan zichtbaar zijn zonder voldoende ruimte voor nader onderzoek of herstel. Bij een Pre-Duct kunnen het binnenprofiel en de ondersteuningen moeilijk bereikbaar zijn. De uitvoering van een PBCF bepaalt mede welke demontage en reparatie mogelijk zijn.

Een onderwatercamera of Remotely Operated Vehicle (ROV) kan zichtbare aangroei, vervorming en beschadiging vastleggen. Dat sluit verborgen scheuren of plaatselijk materiaalverlies niet uit. Voor een kritische verbinding kan een andere inspectiemethode of een dokbeurt nodig zijn. De bereikbaarheid moet daarom passen bij de controle die voor het betreffende onderdeel nodig is, niet alleen bij de mogelijkheid om het te bekijken.

Ook reinigen vraagt een passende aanpak. Dunne vinprofielen, coatings en nauwkeurige contouren kunnen andere middelen verlangen dan grote rompoppervlakken. Bij onderwaterreiniging gelden bovendien de toepasselijke milieueisen. Goede toegankelijkheid voorkomt schade niet automatisch, maar kan onderzoek en herstel beter uitvoerbaar maken. Afstemming op geschikte onderhoudsmomenten helpt dan onnodige onzekerheid en stilstand te beperken.

Een bestaande ESD na voortstuwingswijzigingen herbeoordelen

Een andere schroef, gewijzigde regeling van een Controllable Pitch Propeller (CPP) of aangepaste roeropstelling kan de werking van een ongewijzigde ESD veranderen. De gevolgen voor aanstroming, belastingen en spelingen bepalen wanneer een ESD na wijziging van de voortstuwingsconfiguratie opnieuw moet worden beoordeeld. Een nieuwe schroef kan anders reageren op de voorrotatie van een stator; bij een PBCF kunnen naafgeometrie en bladbelasting ook de mechanische aansluiting beïnvloeden.

De oude en nieuwe configuratie worden daarom vergeleken op de relevante geometrie, bedrijfsinstellingen en belastingen. Wanneer de nieuwe omstandigheden aantoonbaar binnen het eerder onderzochte bereik blijven, kan een gerichte controle volstaan. Een technisch gelijkwaardige vervanging hoeft geen nieuw ontwerp te vragen. Omgekeerd kan een gewijzigde regeling zonder zichtbare constructieve aanpassing wel buiten de oorspronkelijke onderbouwing vallen.

De technische geschiktheid en het resterende hydrodynamische voordeel worden afzonderlijk beoordeeld. Een ESD kan veilig blijven functioneren terwijl de besparing kleiner wordt. Waar de eerdere onderbouwing de nieuwe omstandigheden niet dekt, kunnen aanvullende berekeningen nodig zijn. Herontwerp komt in beeld wanneer de uitvoering niet langer geschikt is of een aanpassing voldoende extra voordeel kan bieden. Daarmee blijft behoud van een bruikbare voorziening een volwaardige uitkomst.

De bijdrage van ESDs aan EEXI en CII

Een lagere voortstuwingsvermogensvraag kan bijdragen aan minder brandstofverbruik en CO2-uitstoot. De Energy Efficiency Existing Ship Index (EEXI) en Carbon Intensity Indicator (CII) beoordelen verschillende aspecten van de energie-efficiëntie. Voor schepen waarop de betreffende regels van toepassing zijn, vraagt de mogelijke bijdrage van een ESD aan verbetering van EEXI en CII daarom om afzonderlijke berekeningen.

EEXI beschrijft de technische energie-efficiëntie volgens een voorgeschreven methode. Daarbij telt onder meer de referentiesnelheid bij het vastgestelde vermogen. Een lager schachtvermogen bij constante snelheid levert daarom niet automatisch dezelfde procentuele verbetering van de attained EEXI op. Een ESD kan ook naast een motor- of schroefasvermogensbegrenzing interessant zijn wanneer het schip daardoor de gebruikelijke snelheid met minder vermogen kan bereiken. De gezamenlijke invloed op de EEXI wordt volgens de toepasselijke methode beoordeeld.

CII betreft de jaarlijkse operationele CO2-intensiteit. Minder brandstofverbruik tijdens de vaart kan de attained CII verlagen, maar ook het verbruik van andere installaties, de scheepscapaciteit, afgelegde afstand en toepasselijke correcties tellen mee. Een lagere CII-waarde betekent niet automatisch dat het schip in een gunstigere ratingcategorie terechtkomt.

De installatie van een ESD maakt nieuwe EEXI-verificatie niet op zichzelf verplicht. Bij een verbouwing die volgens de toepasselijke regels als ingrijpend geldt of een relevante wijziging van een bestaande vermogensbegrenzing kunnen wel aanvullende eisen gelden. De aard van de wijzigingen bepaalt welke beoordeling en aanpassing van de technische documentatie nodig zijn.

Van ontwerpkeuze naar uitvoering en exploitatie

Voor de uitvoeringsvoorbereiding worden de gekozen geometrie en bevestigingen verbonden met de actuele constructietekeningen, benodigde werkzaamheden en beschikbare scheepsplanning. Wij ondersteunen deze afstemming met een gespecialiseerde internationale partner, met aandacht voor montage en de latere toegang voor inspectie en onderhoud. Bij retrofit kan het geplande dokmoment richting geven aan de uitvoering; bij nieuwbouw kunnen bevestigingen en onderhoudstoegang eerder in de constructie worden opgenomen.

De benodigde engineering, installatie, onderhoudsbehoefte en eventuele extra stilstand vormen vervolgens de basis voor de investering en economische beoordeling van ESDs. Die beoordeling verbindt de technisch uitvoerbare oplossing met de verwachte besparing over de beoogde gebruiksduur.